Steun Mensenrechten

Stop maatschappelijk geweld

Moeder van gedode demonstrant: “Waarom hebben ze mijn zoon in zijn hoofd geschoten?”

“Mijn zoon verdedigde alleen maar de rechten van zijn volk”
Pouya Bakhtiari, een 27 jarige man, is op 16 november 2019 tijdens de recente golf van protesten in het Mehrshahr district van Karaj, ten westen van Teheran, doodgeschoten door veiligheidstroepen.  
“Zij hebben gericht op het hoofd van mijn zoon geschoten en hebben hem weloverwogen gedood,” aldus Nahid Shirpisheh in een interview op 3 december.
De moord op Pouya is er slechts 1 van vele honderden tijdens het gewelddadig neerslaan van de protesten die in heel Iran uitbraken na de regeringsaankondiging op 15 november van een sterke verhoging van de brandstofprijzen. De veiligheidstroepen hebben met scherp geschoten op grote groepen ongewapende burgers. De VN heeft bekend gemaakt dat meer dan 200 demonstranten zijn gedood, dat dit aantal nog aanzienlijk kan toenemen en dat meer dan 7000 mensen zijn gearresteerd.

“Als zij een probleem hadden met de protesten en de menigte uiteen wilden drijven, zouden ze traangas hebben kunnen gebruiken of waarschuwingsschoten hebben kunnen lossen. Ze hadden hem ook in zijn been kunnen schieten. Waarom hebben ze op het hoofd van mijn zoon gericht? Hadden zij het recht een menigte uiteen te drijven door een mensenleven weg te nemen? Wie heeft hun dat recht verleend?”
Al eerder had de vader van Pouya, Manouchehr Bakhtiari, verteld dat hij een klacht bij de gerechtelijke autoriteiten zou indienen met de eis tot identificatie van de persoon die verantwoordelijk is voor de dood van zijn zoon.

Pouya had samen met zijn moeder deelgenomen aan de protesten en is een paar uur later overleden, nadat hij naar het ziekenhuis was gebracht met een kogelwond in zijn hoofd.
Over de dag dat hij werd gedood, zei Shirpisheh:“Mijn zoon was moe en hongerig thuis gekomen na zijn werk, maar wou niet eens even rusten. Hij vertelde me dat er buiten een demonstratie gaande was en dat hij daar blij mee was. Als moeder voelde ik hetzelfde over wat er aan het gebeuren was. Pouya vroeg me met hem mee naar buiten te gaan. Ik trok wat warme kleren aan en samen gingen we naar buiten, afsprekend dat we elkaars handen zouden vasthouden. Ik wist wat er kon gebeuren in protesten en ongeregeldheden. We riepen leuzen en trokken samen op met vele anderen.”
“Toen ze traangasgranaten op ons afschoten, begonnen mijn ogen te branden en werden wij in de chaos van elkaar gescheiden. Ik raakte Pouya bijna kwijt, maar hij riep mijn naam en vroeg waar ik was. Ik riep hem toe niet bezorgd te zijn en gaf hem aan waar ik was. Ik ging samen met Pouya’s zus verder in het protest en schreeuwde leuzen tegen deze dictatuur. Onder de schijn van een Islamitische Republiek heeft dit tirannieke en verraderlijke regime het volk onderdrukt en hun bloed gedronken in naam van de Islam. Zij hebben de rijkdommen van het land geplunderd en het volk verraden. Mijn zoon en ik waren aan het protesteren, omdat we deze 40 jarige dictatuur moe waren. Wij verhieven onze stem en schreeuwden: “Dood aan de dictator”.
Shirpisheh, die lerares is, vervolgde: “Ik was helemaal niet bang voor mijn baan en mijn bestaan. Ik was alleen maar blij dat ik kon optreden als een vrije mens. Ik liep een klein stukje achter Pouya en alles wat ik deed was slogans roepen. Zo’n 50 tot 100 meter voor me uit had mijn zoon, als een vrij man, meegeholpen de snelweg af te sluiten, waardoor de veiligheidstroepen niet verder konden. De mensen liepen met lege handen voorwaarts, maar ik zag sommigen stenen gooien naar de veiligheidstroepen, terwijl zij probeerden de gewapende speciale troepen terug te dringen. Die avond dacht ik 10 tot 15 minuten dat iets moois stond te gebeuren. Ik voelde dat er eindelijk iets positiefs plaatsvond, dat onze samenleving zou veranderen. Ik zei tegen mijn dochter: “Weet je dat dit de mooiste avond van mijn leven is?”’
“Tien minuten later zag ik dat mijn zoon door mensen werd weggedragen. We hebben hem naar het ziekenhuis gebracht en daar is hij gestorven. Hij is een martelaar geworden en hij gaf zijn bloed voor zijn vaderland.”
Pouya’s moeder voegde hier aan toe: “Mijn zoon had een goed bestaan en de verhoging van de brandstofprijzen had geen enkele invloed op zijn of onze levenswijze. Mijn zoon was slechts de rechten van zijn volk aan het verdedigen. Hij was zich bewust van wat hij aan het doen was en voerde doelbewust uit wat hij wilde doen. Hij vertolkte zijn eervolle rol voor zijn land en volk. Mijn zoon heeft een groot risico genomen door aanwezig te zijn bij zulke grote rellen. Hij heeft zonder angst zijn leven op het spel gezet. Hij ging dapper voorwaarts, zich bewust van het gevaar. Er zou van alles hebben kunnen gebeuren… “Plotseling zag ik een golf van mensen op me af komen, schreeuwend “Ik zal diegenen doden die mijn broeder hebben gedood.” Ik keek van wat dichterbij naar het gezicht van de jongeman die zij met zich mee droegen, en zag ineens dat het mijn zoon was. Nog niet overtuigd, keek ik naar de kleren en schoenen, en het was inderdaad mijn zoon. Nu wist ik zeker dat ik de moeder van een held was.”
Shirpisheh zei dat ze ook andere mensen had gezien met schotwonden.
“Ik dacht dat de kogels niet echt waren en dat daarom een gewond iemand niet echt een probleem zou hebben. Maar tot mijn verbazing waren de kogels echt en hadden ze mijn zoon in het hoofd geschoten, wat betekent dat zij moedwillig wilden doden. Een andere verklaring is er niet. Zij hadden orders van bovenaf gekregen om te vuren, maar ze hadden niet het recht dat te doen. 90% van de mensen die in de recente protesten zijn overleden, waren in het hoofd geschoten. Dit bewijst dat het een weloverwogen instructie was…
“Zij hebben mijn zoon naar een dokter in het ziekenhuis gebracht. Ik wilde bij hem zijn in zijn situatie, maar ze lieten me niet toe in de kamer waar hij behandeld werd. Terwijl ik op mijn zoon wachtte om hem uit de operatiekamer te zien komen, vertelde men mij dat hij was overleden. Ik was zo kwaad op de moordenaars van mijn zoon, dat ik daar leuzen begon te schreeuwen. Niemand probeerde me te stoppen, omdat ze wisten dat ik een moeder in rouw was.”
“In die toestand schreeuwde ik: “Dood aan de persoon die denkt dat hij de leider en beschermer van dit land is.” De dood van mijn zoon was moeilijk te accepteren: de zoon, wiens hand ik nog maar een paar uur geleden in mijn eigen hand had.”
“Als een verantwoordelijk mens had mijn zoon eerdere gebeurtenissen gefilmd en op internet gezet. Dat toonde zijn karakter: hij was geen agitator of oproerkraaier. Hij kon alleen deze 40 jaar oude tirannie niet meer aan. Toen Pouya was overleden, dacht ik dat ik de pijn niet aan zou kunnen. Maar de avond voor zijn begrafenis ben ik in zijn kamer en op zijn bed gaan slapen. Ik heb zijn deken in mijn hand gehouden en begon te praten tegen hem: “Mijn lieve Pouya, morgen zal een bittere en moeilijke dag voor me zijn, help me door de begrafenis ceremonie heen...” Het was een groot wonder dat God me de kracht heeft gegeven met gratie en trots aanwezig te zijn bij de begrafenis van mijn zoon en getuige te zijn van het opstijgen van zijn ziel.”
“Nu zijn Pouya’s idealen de mijne geworden. Ik ben deze weg ingeslagen met zijn hand in de mijne. Hij verloor zijn leven toen zijn bloed werd vergoten, maar uit respect voor zijn ziel en idealen, zal ik als zijn moeder mijn leven lang doorgaan op zijn weg. Ik denk dat ik geen goede moeder zou zijn, als ik dit niet zou doen.”
Shirpisheh voegde hier nog aan toe: “Mijn doel om door te gaan met leven, is de moordenaars van mijn zoon te vinden. Vervolgens wil ik de bestraffing zien van de persoon die opdracht gaf tot het doden van Pouya en andere Pouyas op een zo afschuwelijke wijze. Ik wil getuige zijn de vrijheid van het Iraanse volk en dit vieren. Wij gaan zeker een klacht indienen via ons binnenlandse juridische systeem en gerechtigheid zien te krijgen voor de dood van mijn onschuldige zoon via internationale organisaties. We willen de wereld kennis laten nemen van de tragedie die onze familie is overkomen en we zullen bewerkstelligen dat de verantwoordelijken gestraft zullen worden.”
“Mijn onschuldige zoon is gedood door dit corrupte regime: dit tirannieke, criminele, verraderlijke regime, hoe je het ook maar wilt noemen. Ongelukkigerwijs leven wij onder dit regime en onder deze omstandigheden. Mijn Pouya leed erg, niet omdat hij geen comfortabel leven had, maar omdat hij het volk van dit tirannieke regime wilde redden….”
De VN Hoge Commissaris voor Mensenrechten, Michelle Bachelet, heeft op 6 december een verklaring afgelegd, waarin gesteld wordt dat het gewelddadige antwoord van de staat op de protesten in Iran “een ongehoorde, vreselijke en dodelijke reactie van de veiligheidstroepen is” en dat het doodschieten van demonstranten “een duidelijke schending is van internationale normen en standaarden wat betreft het gebruik van geweld.” Bachelet stelde dat “de verantwoordelijken hiervoor gehoord en gestraft moeten worden.”