Tijdens de landelijke opstand in Iran in 2026 reikte de repressie veel verder dan schietpartijen op straat. Bewijs uit meerdere steden wijst op een gecoördineerd beleid dat niet alleen gericht was op het onderdrukken van protesten, maar ook op het verzekeren dat gewonde demonstranten niet overleefden — en dat degenen die werden gedood spoorloos verdwenen.

Mashhad werd een centraal knooppunt voor het verbergen van lichamen. In het Farabi-ziekenhuis zouden op één dag meer dan 1.000 handtekeningen voor het vrijgeven van lichamen zijn afgegeven, zonder publieke uitleg. Lichamen arriveerden bij mortuaria met ademhalingsbuizen en monitoringsapparatuur nog bevestigd, wat erop wijst dat patiënten bij de overplaatsing nog leefden of instabiel waren.

Op de begraafplaats Behesht-e Rezvan werden grote kuilen gegraven voor nachtelijke begrafenissen. Ongeveer 1.000 demonstranten zouden in het geheim zijn begraven, zonder registratie of kennisgeving aan hun families. In Neyshabur ontdekten families meerdere lichamen die samen waren begraven. Een lokale steenhouwer bevestigde een bestelling van 148 grafstenen, allemaal voor jongeren van 16–23 jaar.

Deze uniforme praktijken — executies, het onthouden van medische zorg, geheime begrafenissen en intimidatie van families — vormen gedwongen verdwijning en misdaden tegen de menselijkheid, uitgevoerd via centraal uitgevaardigde bevelen.