
In de drie weken na het uitbreken van de landelijke opstand in Iran is het land in een van de zwaarste periodes van staatsgeweld in decennia terechtgekomen. Terwijl protesten zich over steden en provincies verspreidden, zette de Islamitische Republiek snel haar veiligheids-, justitiële en militaire apparaat in. De reactie bestond uit massale arrestaties, systematische marteling, versnelde executies en dodelijk geweld tegen burgers. Verklaringen van hoge functionarissen, staatsmedia en ooggetuigen tonen dat dit geweld geen incident is, maar onderdeel van een gecoördineerde staatsstrategie.
Openlijke steun voor repressie
In een tv-interview op 17 januari 2026 verklaarde justitiefunctionaris Ali Salehi dat de reactie op demonstranten “streng en afschrikwekkend” zou zijn en dat veel zaken al naar de rechtbank waren gestuurd. Diezelfde dag riep opperste leider Ali Khamenei op tot snelle bestraffing van “binnenlandse overtreders” en gaf hij voor het eerst toe dat duizenden mensen tijdens de protesten zijn gedood, terwijl hij de schuld bij “buitenlandse vijanden” legde.
Executies in ongekend tempo
Naast straatrepressie is ook het aantal executies sterk gestegen. In de eerste twee weken van de protesten werden minstens 143 executies geregistreerd. In de zes dagen daarna volgden nog 68 executies, waaronder twee vrouwen. In totaal zijn in drie weken minstens 211 mensen geëxecuteerd—gemiddeld één executie om de twee uur.
Massale arrestaties en verdwijningen
Zelfs staatsmedia erkennen duizenden arrestaties in provincies zoals Gilan en steden zoals Mashhad. De inlichtingendienst bevestigde ook arrestaties van leden van de Bahá’í-gemeenschap. Onafhankelijke bronnen schatten dat meer dan 50.000 mensen in het hele land zijn vastgezet. Meldingen spreken over nachtelijke invallen, arrestaties zonder bevel, isolatie, marteling en families die geen informatie krijgen over hun dierbaren.
Geweld buiten de straten
Er zijn aanwijzingen dat ook in ziekenhuizen geweld plaatsvindt, waar gewonde demonstranten tijdens behandeling zijn gedood. Ooggetuigen uit onder andere Teheran, Shiraz, Kermanshah en Mashhad melden massale schietpartijen, weigering om lichamen aan families te geven en gedwongen nachtelijke begrafenissen.
Internationale verantwoordelijkheid
Wat er in Iran gebeurt vormt een grootschalige humanitaire ramp en mogelijk misdaden tegen de menselijkheid. De internationale gemeenschap moet dringend handelen via onafhankelijke VN-onderzoeken, internationale verantwoordingsmechanismen, druk om executies te stoppen, vrijlating van gevangenen en bescherming van slachtoffers en hun families. Zonder actie zal het menselijk leed verder toenemen.